Hooggevoelige kindereren en school

 

 

Een school is bij uitstek de omgeving waar het mentaal/cognitieve leren aan bod komt en begeleid wordt. Uit onderzoek blijkt echter dat de mentale aspecten van hoogsensitiviteit op school weinig bekend zijn. Dat komt deels omdat ouders niet erg de neiging hebben om die kenmerken op school te noemen. Een andere oorzaak is dat in de literatuur over hoogsensitiviteit nauwelijks op het mentale aspect wordt ingegaan. In haar boek Het hoogsensitieve kind (p. 315) zegt Elaine Aron: ‘Het is van vitaal belang dat er voor hsk’s iets wordt gedaan met hun intensievere informatieverwerking…’, en spreekt zij van een dieper en creatiever denkproces dan bij de meeste andere kinderen. Hoewel Aron dus opmerkt dat hoogsensitieve kinderen ook in mentaal/cognitief opzicht over bepaalde opvallende kenmerken beschikken, werkt zij deze niet verder uit.  

Hoe leren hoogsensitieve kinderen? Hoe verwerken zij informatie en wat voor instructie hebben zij nodig tijdens de les? 

 

Visueel-ruimtelijk denken

Hoogsensitiviteit lijkt samen te hangen met sterk actieve functies van de rechterhersenhelft. Via de rechterhersenhelft zijn we vooral ingesteld op de wereld binnenin onszelf, ons innerlijke weten en voelen. Het is de helft die samenhangt met sociale en emotionele vaardigheden. Kijken we naar het verwerken van informatie dan is de rechterhersenhelft verbonden met het visueel-ruimtelijke denken. Hoogsensitieve kinderen ervaren de wereld om hen heen vooral via de visueel-ruimtelijke functies. De meeste andere kinderen hebben juist een voorkeur voor de linkerhersenhelft, met de auditief-volgordelijke functies. Bij hoogsensitieve kinderen is zowel het visuele als het ruimtelijke aspect belangrijk in de wijze waarop ze informatie opdoen en verwerken. Dus ‘zien’ gaat voor ‘horen’, beelden gaan voor woorden en ze letten erg op de indeling van de ruimte om hen heen (ordening, zie verderop).  

Maar… zowel lesmateriaal als lesinstructies zijn vooral gericht op het auditief-volgordelijke denken, verbonden met de linkerhersenhelft. Hoogsensitieve kinderen moeten meedoen in een schoolsysteem waar bij wijze van spreken een ‘taal’ wordt gesproken die zij onvoldoende begrijpen, met gevolg dat zij in de war raken en ‘dommer’ of ‘ongemotiveerder’ lijken dan ze zijn. Vaak verliezen ze in groep 3 alle interesse in school, omdat ze door een verkeerde lesinstructie moeite krijgen met automatiseren, moeite krijgen met spelling en klinkerklanken gaan verwisselen (‘uo’ en ‘ua’). In hun hoofd is het overvol; door het vele associëren zit alle informatie door elkaar en weten ze niet meer de juiste antwoorden te geven. Als leerkracht heb je het idee dat er meer in deze kinderen zit dan eruit komt. Ze scoren laag op bijvoorbeeld Avi-testen en Cito-toetsen, maar met een beetje persoonlijke begeleiding of het loslaten van het tijdsaspect scoren ze juist heel hoog. In de midden- en bovenbouw kunnen ze hun dag- of weektaak niet goed structureren. 

 

Onderpresteren

Voordat eventuele problemen rondom hoogsensitiviteit bij het kind zelf worden neergelegd (omdat het te weinig weerbaar zou zijn, zich niet in de groep weet te handhaven of te ‘open’ staat) zou men zich moeten afvragen of het kind misschien onjuist begeleidt wordt op school en te veel onderpresteert. Kenmerken van onderpresteren bij hoogsensitieve kinderen zijn:

  • slechte concentratie

  • laag of negatief zelfbeeld

  • faalangst, bang om fouten te maken

  • laag werktempo

  • perfectionisme

  • kwetsbaarder dan voorheen, veel of snel huilen, woede-aanvallen

  • clownesk gedrag

  • wisselende prestaties

  • groot verschil tussen schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid

  • 'teruglopen' in emotionele ontwikkeling, zich kinderlijker gaan gedragen

Ordening

Ordening is niet hetzelfde als structuur, maar heeft er wel zijdelings mee te maken. Structuur heeft vooral betrekking op de inhoud en het aanbod van het lesprogramma. Iedere dag wordt de les volgens een vast patroon opgebouwd. De structuur wordt vooral aangereikt via het gehoor van de kinderen (auditief). Er is een vorm van structuur die kinderen niet via het gehoor maar via de ogen tot zich nemen (visueel). We spreken dan van ‘ordening’. Hoogsensitieve kinderen zijn visueel-ruimtelijk ingesteld, en hebben dan ook behoefte aan een juiste en vaste ordening. Met hun ogen willen ze graag iedere dag hetzelfde beeld waarnemen. Ze weten dan waar ze aan toe zijn. Ze ervaren houvast en veiligheid. Indien de ordening (dus het beeld dat ze waarnemen) verandert, willen ze graag zien dát het verandert (ze willen erbij zijn) of vooraf verteld krijgen dat het veranderd gaat worden of veranderd is.

Een nieuwe situatie of een nieuwe omgeving betekent een nieuwe, voor deze kinderen nog onbekende ordening. Hoogsensitieve kinderen zullen eerst terzijde willen gaan staan om de ordening waar te nemen. Hoe verhouden de ‘delen’ zich ten opzichte van elkaar? Hoe is de dynamiek? Hebben ze het complete beeld in zich opgenomen en hebben ze hun eigen rol daarin duidelijk, dan pas zullen ze ‘toetreden’ tot de situatie. Hoogsensitieve kinderen met een sterke behoefte aan ordening kunnen bijvoorbeeld problemen hebben met het jaarlijkse schoolreisje. Ze vinden het vaak heel leuk om op schoolreis te gaan, maar toch zijn ze gespannen of zien er vreselijk tegenop. Het betreft immers een nieuwe situatie: ze hebben geen duidelijk beeld in hun hoofd waar ze naartoe gaan, hoe het er daar uitziet, hoe de mensen zijn, enzovoort. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een excursie, een feest, de eerste schooldag na de vakantie, Sinterklaasviering, carnaval.

De meeste scholen kennen in de onderbouw thema-hoeken waarin groepjes kinderen samenspelen, zoals de poppenhoek, de tekenhoek, de bouwhoek, de timmerhoek en de verfhoek. Dit heeft tot gevolg dat kinderen veel door elkaar lopen. Ze hebben geen eigen tafeltje, geen eigen plek in de klas. Bovendien doen alle kinderen verschillende dingen. Hoogsensitieve kinderen kunnen daardoor een probleem krijgen met de ordening en houvast missen. Eén keer is niet erg. Maar iedere dag opnieuw houvast missen heeft duidelijk een negatief effect. De gevolgen hangen samen met de verschillende karakters van kinderen; ze kunnen angstig en teruggetrokken zijn, heel druk, sterk controlerend (bijvoorbeeld richting andere kinderen), erg moe, niet naar school willen, en ook lichamelijke klachten hebben, zoals hoofdpijn en buikpijn. 

Hoe kun je herkennen dat een kind ordening mist? Uiteraard aan de zojuist genoemde problemen, maar dan heeft een kind het inmiddels al erg moeilijk. Voordat dergelijke problemen ontstaan geeft een kind vaak al signalen af, zoals:

  • Dichtbij de leerkracht blijven

  • Niet van de plek afwillen

  • Regelmatig huilen omdat het niet naast een bepaald kind wil zitten

  • Regelmatig een activiteit kiezen die aan een tafeltje gedaan kan worden

  • Geen activiteit kunnen kiezen

  • Veel alleen willen spelen

  • 's Ochtends geen afscheid willen nemen van de ouder(s)

  • Regelmatig bij de leerkracht op schoot willen zitten

Behalve de eerder genoemde problemen met de thema-hoeken kunnen hoogsensitieve kinderen ook moeite hebben met gym en spelen op het schoolplein (veel kinderen die ongeordend door elkaar heen lopen). 

 

Bron: http://www.lihsk.nl/onderwijs.htm

 

 

 

 

Hooggevoelig Vlaanderen © 2008 - 2011 • Privacy Policy • Terms Of Use

 

Hooggevoelig Vlaanderen

 

Dé informatieve site voor Hooggevoelige kinderen
en volwassenen

 

Hooggevoelig Vlaanderen